C.5 Montwikkelen (Minpunten ontwikkelen)
1. Wat?
Met deze techniek wordt geprobeerd om een uitgewerkt productidee beter te maken door snel de plus- en minpunten op een rijtje te zetten en voor de minpunten alternatieven te ontwikkelen. Deze techniek lijkt op ‘peper en zout’, maar in dit geval worden de plussen en minnen van het concept expliciet benoemd. Deze kunnen bijvoorbeeld ook voortkomen uit kwalitatief conceptonderzoek bij klanten in etappe 4, Reflecteren.
2. Waarom?
Om een uitgewerkt productconcept nog beter te maken.
3. In welke gevallen?
Als je bij de presentatie van de conceptboards aan de groep duidelijk merkt dat men vindt dat er aan de uitgewerkte productideeën ook nog veel minpunten zitten en je snel een verbeterslag wilt maken.
Als uit kwalitatief marktonderzoek blijkt dat de twaalf ontwikkelde nieuwe productconcepten kunnen worden verbeterd.
4. Waar (in het proces)?
In het midden van de convergentiefase, om de eerste geselecteerde ideeën nog beter te maken.
Na kwalitatief marktonderzoek van de nieuwe productconcepten bij de doelgroep.
5. Hoe?
Timing:
- Meestal met 12 – 16 deelnemers circa 20-30 minuten per productidee.
Deelnemers:
- Facilitator.
- Meestal 12 – 16 deelnemers.
Proces:
De facilitator kiest in overleg met de groep één van de uitgewerkte productideeën en vraagt een deelnemer dit idee toe te lichten.
De facilitator vraagt de deelnemers vervolgens de Min- (M) en Pluspunten (P) te noemen.
De deelnemers bedenken vervolgens manieren voor het ombuigen van de minpunten (Minpunten ontwikkelen) en het productidee als geheel sterker te maken. De facilitator schrijft de nieuwe ideeën op terwijl hij met de gehele groep staat rond een flip-overvel. Dit flip-overvel wordt bij het uitgewerkte conceptboard gevoegd als ‘eerste verbeterslag’.
Het proces herhaalt zich met een volgend productidee.